Daarstraks in de tram stond voor mij een jongen met zo’n barbapapasnoep in zijn hand. Hij hield het vast als een ruiker bloemen op weg naar zijn lief. Ik verschoot er van dat hij niet van deze zoetigheid at. Op een gegeven moment plukte hij een stuk en stak het in zijn mond. Eindelijk. Het bleef echter bij dat ene stuk. Daar stond hij dan met heel dat spel in zijn handen.
Op een gegeven moment kwam er een plaats vrij naast een vrouw. Blijkbaar bleek dit de jongen zijn moeder te zijn. En eindelijk begonnen ze het spul op te eten.
En ze leefden nog lang en gelukkig!

