SS Ville d’Arlon
Aangezien dit schip mij blijft (achter)volgen heb ik besloten hiervoor een speciale pagina aan te maken. Deze draag ik op aan Jos Gobaert, wie ik heb gekend, en wiens vader Jean Gobaert aan boord is gestorven samen met 55 andere bemanningsleden.
Met speciale dank aan Frans voor de afbeeldingen van de SS Ville d’Arlon.
Wie het boek De Belgische Koopvaardij tijdens de Tweede Wereldoorlog weg doet, mag mij steeds contacteren. Heb het boek 2 keer in handen gehad. Het 1e heb ik aan Jos gegeven en teruggekregen toen hij is gestorven. Daarna heb ik dit overgedragen aan Frans.
Een 2e exemplaar heb ik gevonden en bezorgd aan Katleen wiens grootvader, Antoine De Coninck, is gestorven aan boord van de Ville d’Arlon.
De tekst hieronder is afkomstig uit het boek De Belgische Koopvaardij tijdens de Tweede Wereldoorlog van R. Machielsen:

S/S VILLE D’ARLON – 7.555 BRT – 2.12.1940
De Ville d’Arlon werd op 2 december 1940 getorpedeerd in de Noordatlantische Oceaan: er waren geen overlevenden – er waren evenmin getuigen van de ramp.
Er was niemand meer om de scheepsverklaring op te stellen en er was niemand meer om de tragedie te komen navertellen. Om een versleten cliché te gebruiken: “Het schip was met man en muis vergaan.”
Feitelijk zou ons verslag in drie lijnen kunnen samengevat worden…
In 1975 verstreek de termijn van dertig jaar en werden de Britse archieven (Admiralty, Ministry of War Transport e.a.) en ook de Duitse archieven vrijgegeven – de grote meerderheid althans. Zo was het mogelijk het drama, in grote lijnen, te reconstrueren. Het verhaal van de Ville d’Arlon kan men evengoed noemen:
HET GEVECHT OM KONVOOI HX-90
Op 21 november 1940 vertrekt konvooi HX-90 bestaande uit 41 schepen, waaronder de Ville d’Arlon, uit Halifax; als énige escorte is er de hulpkruiser F42-LACONIA (19.700 ton). Van bij het vertrek staat er een ruwe zee en de slingerende schepen ploegen moeizaam verder door de wilde golven.
In de “Western Approaches” kruisen acht U-boten en in deze groep bevinden zich de drie beste U-boot Kapiteins: Wolfgang Luth (U-43), Gunher Prien, de held van Scapa Flow (U-47) en Otto Kretschmer (U-99). Met zo’n vermetel trio zal er zeker leven in de brouwerij komen.
Anderzijds naderen uit het westen drie konvooien dit strategisch gebied: HX 90 (uit Halifax), SC 13 (uit Cape Breton) en HG 47 (uit Gibraltar). Acht onderzeeërs en drie konvooien zijn op weg naar een dodelijk rendez-vous.
Het was ondertussen vliegend stormweer geworden en het konvooi moet snelheid minderen want reeds negen vrachtvaarders blijven achterna hinken (De ganse maand december 1940 was het afschuwelijk weer op de Noordatlantische oceaan).
Op 1 december rond 17 uur verlaat de LACONIA het konvooi. Normaal zouden nu de escorteurs van het uitvarend konvooi OB 251 de aflossing moeten verzekeren maar deze hebben eveneens vaart moeten minderen en in deze woest opgezweepte zeeën is het konvooi nergens te bespeuren.
De U-99 die Lorient had verlaten op 27 november, koerst op volle snelheid naar het noordwesten. Op 1 december om 3.15 uur schrijft de navigatie-officier Pedersen in het logboek: “Onmogelijk onze voorziene snelheid te houden – verminderen tot halve kracht, hetzij vijf mijl. Boot wordt letterlijk onder water geduwd door de kracht van de golven.”
In de namiddag van 1 december wordt konvooi HX 90 ontdekt door de U-101 (Kpt. Lt Mengersen) die het meest westelijk gestationeerd lag. Het seint prompt de positie, snelheid en koers door aan de overige U-boten.
De U-99 hoopt het konvooi te te kunnen onderscheppen op 2 december rond vijf uur maar ontmoet plots op zijn weg de hulpkruiser F30-FORFAR. Kretschmer moet tot zijn ergernis vier torpedo’s afvuren om het schip tot zinken te brengen. Rond zeven uur verdwijnt de FORFAR in de golven maar intussen is kostbare tijd verloren (Deze hulpkruisers werden volgetouwd met lege vaten en hadden bijgevolg een groot drijfvermogen, zodat ze na een treffer nog een goede kans maakten om een veilige haven te bereiken).
De achtervolging wordt opnieuw ingezet en het weer is zo slecht dat de mannen op de uitkijk in de commandotoren zich stevig moeten vastsjorrenom niet overboord te worden gespoeld.
De storm is nu een gierend orkaan en huizenhoge golven met ziedende schuimkoppen beuken tegen de schepen. Op de brug van de Ville d’Arlon staan een officier en een matroos op de uitkijk met hun neus tegen het windscherm en ogen als spleetjes.
Als bescherming tegen het stuifwater en de zwiepende regenvlagen hebben ze allebei onder de kraag van hun oliejas een handdoek geduwd maar deze is is al lang doorweekt en ze voelen het water langs hun rug druipen.
Reusachtige zeeën barsten met een doffe knal over de boeg en gordijnen buiswater kletteren tegen de ruiten van het stuurhuis en belemmeren het zicht. Het vooschip ziet eruit als een schuimende zee en de spuigaten kunnen amper de massa’s water verwerken. het trillende schip glijdt naar beneden langs de golfruggen om dan weer, kop in de lucht, op een reuzengolf omhoog te rijzen. In het duistere stuurhuis kijkt de roerganger gespannen in het zwakke schijnsel van het kompashuis en poogt de zwarte streep op de waggelende kompaspen te houden.
In de machinekamer is het snikheet want alle verluchtingskappen zijn dichtgeklemd en de luchkokers zijn eveneens afgesloten door kappen in zeildoek.
Het schuim van de golfkoppen, weggeslagen door de razende wind, zweeft als een dunne mist over de wit-gestreepte zee. Aan de grijszwarte horizon ziet men niet meer waar de golven eindigen en de wolken beginnen.
Dit is een werled uit de dageraad dr schepping – ontzaglijk groots en tevens vreesaanjagend. Een sloep, een drenkeling heeft geen enkele kans om z’n brullende chaos te overleven.
De logge Ville d’Arlon kan het konvooi niet bijhouden en raakt achterop. De U-boten hebben het rap door dat het konvooi HX 90 zonder escorte zit. Rond 20 uur, bij goed zicht (noorderlicht) nadert de U-101 en torpedeert twee schepen: de APPALACHEE en de LOCH RANZA.
Ook de U-43 en de U-47 zijn nu ter plaatse en de overige onderzeeërs zijn nabij. EEN ACHTERBLIJVER? DE VILLE D’ARLON, WORDT DE VOLGENDE MORGEN, WAARSCHIJNLIJK ROND 1.30 UUR IN DE GROND GEBOORD DOOR DE U-47.
Rond 3.20 torpedeert de U-47 de tanker CONCH die nochtans drijvend blijft maar die een paar uur later zal worden afgeslacht door de U-95 en de U-99.
De DUNSLEY die juist achter de CONCH vaart, ziet de U-47 aan de oppervlakte en opent het vuur. De U-47 vuurt onmiddelijk enkele salvo’s terug en beschadigt de DUNSLEY.
Om 5.15 is de U-101 terug en in drie aanlopen torpedeert hij de KAVAK , de TASSO en de GOODLEIGH – deze laatste blijft drijvend.
De U-101 wordt opgemerkt door de PENROSE maar verdwijnt in de duisternis vooraleer men het vuur kan openen.
De U-boten lanceren hun torpedo’s, trekken zich terug om de buizen te herladen en vallen dan opnieuw aan. Ze varen aan de oppervlakte en cirkelen rond het konvooi en enkele stoutmoedige kapiteins glippen tussen de kolommen door en zoeken een goede prooi.
Ook de U-99 bereikt het strijdtoneel en rond 6 uur krijgt hij de zwaar gehavende CONH in zicht en zendt deze naar de kelder. De zwaar gehavende GOODLEIGH wordt afgemaakt door de U-52.
Rond het middaguur voegt de sloop FOLKESTONE zich eindelijk bij het konvooi, gevolgd later in de namiddag door de korvet GENTIAN. Door het afschuwelijk stormweer is de Asdic-apparatuur van de escorteurs defekt geraakt en het konvooi is een stoet van kreupelen geleid door blinden.
De U-94 valt aan in de namiddag en torpedeert twee schepen uit de stuurboord kolom: de STERLINGSHIRE en de WILHELMINA. De VICTORIA CITY geraakt gescheiden van het konvooi en werd niet meer teruggezien – ze werd vermoedelijk getorpedeerd door de U-43. Een dere escorteur, de torpedojager VISCOUNT voegt zich bij het konvooi in de vroege uren van 3 december.
De U-43 heeft intussen het uitvarend konvooi OB 251 ontdekt (waarvan het escorte op zoek was naar het konvooi HX 90) en slaagt erin twee schepen tot zinken te brengen.
Maar de tegenslagen van konvooi HX 90 zijn nog niet voorbij: een achterblijver, de W. HENDRIK wordt de volgende morgen – 3 december – rond 10 uur door een Focke-Wulf “KONDOR” met bommen bestookt en vernietigd.
De overige U-boten slagen er niet meer in het konvooi in te lopen dat nu het North Channel nadert. De Duitse B-Dienst geeft bevel om konvooi SC 13 aan te vallen maar deze heeft ingevolge het stormweer een ommetje gemaakt en is in een brede boog in noordwestelijke richting verdwenen. Alleen de ARGO slaagt erin een achterblijver te torpederen.
In de eerste tien dagen van december werden bij konvooigevechten 22 vrachtschepen tot zinken gebracht alsmede een hulpkruiser (FORFAR) – ook de Canadese torpedojager SAGUENAY werd getorpedeerd. Konvooi HX 90 verloor 11 schepen.
Geen enkele onderzeeër werd tot zinken gebracht.
En hier volgt de crewlist om het compleet te maken:
S/S VILLE D’ARLON – 7.555 BRT – 2.12.1940
Kapitein : Wilding Albert (UK)
1ste officier : Gillandares George (UK)
2de ” : Dimitrijevic Alexander (Joegosl)
3de ” : Solvaag John (Noor)
4de ” : Murrins Joseph (Newfoundl)
1ste marconist : Piets Kenneth (Canada)
2de ” : Tweedle William (Canada)
Timmerman : De Coninck Antoine
Bootsman : Petersen Svend (Deen)
A.B. : Blom Willem (Nederl), Bredesen Frederik (Noor), De Clercq Frans, Hurlston James (UK), Kokken Alfons, Romain John, Vercammen Jan, Verhoeven Leonard, Vermeylen Victor
Chef-mecanicien : De Mesmaeker Fernand
2de mechanicien : Walls John (UK)
3de ” : Schepens Louis
4de ” : Laval John (Canada)
5de ” : Clockner Valentin (Estland)
Frigorist : Carmichael Neil (UK)
Electricien : Halligan George (UK)
Magazijnier : Staes Fernand
Water-tender : Minnie Bernard, Torres Hercalio (Ecuador), Wielandt Alois
Oiler : De Haase Louis, Franken Jan, Gobart Jean, Raeymaekers Frans, Segers Jan, Van Wuytswinkel Willem
Stoker : Bruynseels August, Caddick Arthur (UK), Docherty Hughes (UK), Everdepoel Leopold, Van Laer Jean
Wiper : Macclure George (UK), Spiro Hyman (UK), Van Oystaeyen Karel
Steward : Ziegler Emmanuel (Tchechosl)
1ste kok : Weedall Arthur (UK)
2de kok-bakker : Vercaeren Emiel
Messman : Cooper William (UK), Grainger James (UK), Telemague Jean (Frankrijk)
Utility : Jones sydney (UK), Schmitt August (Nederl), Silk Herbert (UK), Thomson James (UK)
Livestock foreman : Ruane Benjamin (UK)
” attend. : Hamill James (Eire)
Repatriated: Watson Alfred (UK)
- aantal bemanningsleden: 56
- aantal slachtoffers : 56

